News

News & Publications
Sep 30, 2016

Bunkerleverancier kan niet rechtstreeks betaling vorderen van de eigenaren of de tijdbevrachter van een schip na het faillissement van OW Bunker


De rechtbank Amsterdam heeft op 28 september 2016 vonnis gewezen in een kwestie tussen (de kredietverzekeraar van) een bunkerleverancier als eisers en de eigenaren en de tijdbevrachter van een schip en de liquidators en de security agent van OW Bunker als gedaagden.

Category: Publicaties
Posted by: Marketing

DOCK Legal Experts stond de eigenaren en de tijdbevrachter van het schip bij in deze kwestie.

De tijdbevrachter had bij een OW entiteit bunkers besteld, die, na een aaneenschakeling van overeenkomsten tussen verschillende OW entiteiten, door de bunkerleverancier rechtstreeks aan het schip waren geleverd. Na de levering van de bunkers in het schip, maar vóór de betaling aan de bunkerleverancier door OW, is het OW concern failliet gegaan. De tijdbevrachter heeft, door de onzekerheid die het faillissement van OW en de onduidelijkheid aan wie zij moest betalen, vervolgens betaling aan OW opgeschort.

De bunkerleverancier vorderde, onder meer, rechtstreekse betaling door de eigenaren en/of de tijdbevrachter van het schip voor de geleverde bunkers (ter waarde van enkele miljoenen). De bunkerleverancier vorderde ook een verklaring van recht dat zij zich op het schip kon verhalen door middel van een ‘martime lien’.

De bunkerleverancier vorderde tevens, voor zover hier relevant, dat de liquidators en de security agent van OW moesten gehengen en gedogen dat de eigenaren en/of de tijdbevrachter rechtstreeks aan de bunkerleverancier zou betalen.

Gronden en verweer

De bunkerleverancier legde, samengevat, aan haar vorderingen ten grondslag, dat er een contractuele relatie zou zijn ontstaan tussen de bunkerleverancier en de eigenaren en/of tijdbevrachter, door ondertekening van een bunker requisition form bij de levering van de bunkers door de HWTK van het schip.

De bunkerleverancier stelde dat zij hiermee de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden rechtstreeks had bedongen jegens de eigenaren en/of de tijdbevrachter. In de algemene voorwaarden van de bunkerleverancier, die ook van toepassing zouden zijn op de relatie bunkerleverancier/OW, was een eigendomsvoorbehoud opgenomen.

Ook als er geen contractuele relatie tussen de bunkerleverancier en de eigenaren en/of de tijdbevrachter zou bestaan, dan nog zouden hun algemene voorwaarden zijn geïncorporeerd in de algemene voorwaarden van OW en dus ook van toepassing op de eigenaren en/of de tijdbevrachter.

De eigenaren en/of de tijdbevrachter zouden in strijd met dit eigendomsvoorbehoud, en dus onrechtmatig, de bunkers hebben verbrand. De eigenaren en/of de tijdbevrachter zouden daarom gehouden zijn een schadevergoeding ter waarde van de bunkers te betalen uit hoofde van onrechtmatige daad.

Er zou ook contractueel een ‘martime lien’ overeengekomen zijn uit hoofde waarvan de bunkerleverancier zich zou kunnen verhalen op het schip.

Alle gedaagden voerden, samengevat, aan dat er geen contractuele relatie bestond of was ontstaan tussen de bunkerleverancier en de eigenaren en/of de tijdbevrachter en dat de algemene voorwaarden van de bunkerleverancier tussen die partijen op geen enkele wijze van toepassing waren.

Niet alleen kan een HWTK niet rechtsgeldig de tijdbevrachter (of de eigenaren) binden aan een overeenkomst, de bunker requisition form bracht geheel geen betalingsverplichting met zich mee en was slechts een bewijs van aflevering.  De algemene voorwaarden van de bunkerleverancier waren ook niet geïncorporeerd in de algemene voorwaarden van OW, omdat noch de eigenaren noch het schip voldeden aan de daarin gestelde eisen voor incorporatie.

Daarnaast was het eigendomsvoorbehoud niet op een juiste wijze ingeroepen jegens OW of de tijdbevrachter en was aan de tijdbevrachter in de algemene voorwaarden, van zowel OW als de bunkerleverancier, toestemming verleend voor het gebruik ter aandrijving van het schip. Er kon dus geen sprake zijn van onrechtmatige daad.

Ook stelden alle gedaagden dat er geen sprake kon zijn van een ‘maritime lien’, aangezien een dergelijke lien alleen kan ontstaan uit de wet en niet contractueel kon worden overeengekomen.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank heeft de vorderingen van de bunkerleverancier integraal afgewezen en heeft de verweren van de eigenaren en/of de tijdbevrachter gehonoreerd.

De rechtbank oordeelde dat er geen contractuele relatie is ontstaan tussen de bunkerleverancier en de eigenaren en/of de tijdbevrachter. De bunker requisition form is geen koopovereenkomst en noch gesteld noch gebleken was welke verplichtingen de bunker requisition form met zich mee zou brengen voor de eigenaren en/of de tijdbevrachter. Er volgt in ieder geval geen betalingsverplichting uit, slechts een verplichting om de bunkers op juiste wijze te ontvangen. De rechtbank kwam dus niet eens toe aan de vraag of een HWTK de tijdbevrachter rechtsgeldig zou kunnen vertegenwoordigen, het deed niet meer ter zake.

De rechtbank oordeelde ook dat er geen sprake was van onrechtmatige daad. OW had het schip in haar algemene voorwaarden toestemming gegeven om de bunkers te verbruiken voor aandrijving van het schip en de bunkerleverancier had een zelfde toestemming gegeven aan OW. Het verbranden van de bunkers was dus in beginsel niet onrechtmatig, maar kon dit slechts zijn na inroeping van het eigendomsvoorbehoud.

De rechtbank oordeelde echter dat de bunkerleverancier het eigendomsvoorbehoud op geen enkele wijze had ingeroepen jegens haar contractuele wederpartij OW en ook niet op een juiste wijze jegens de eigenaren en/of de tijdbevrachter, nog los van de vraag of er sprake was van een eigendomsvoorbehoud jegens de eigenaren en/of de tijdbevrachter. De berichten van de bunkerleverancier aan de eigenaar, rond de periode van het faillissement van OW, verwezen niet expliciet naar het eigendomsvoorbehoud en had slechts betaling verzocht, zonder te stellen dat verbruik onrechtmatig zou zijn.

Als laatste oordeelde de rechtbank dat er, zowel naar Nederlands als naar Amerikaans recht, geen sprake kon zijn van een ‘maritime lien’, aangezien een ‘maritime lien’ niet gecontracteerd kan worden maar slechts kan voortvloeien uit de wet als aan alle wettelijke vereisten is voldaan. Eén van die wettelijke voorwaarden is dat de bunkers zijn verschaft aan het schip op verzoek van de eigenaar of een persoon die bevoegd was namens de eigenaar op te treden. Hieraan was niet voldaan, aangezien de bunkerleverancier de bunkers op verzoek van OW had geleverd en OW niet bevoegd is de eigenaar te binden. De bunkerleverancier kan zich niet verhalen op het schip, omdat de vordering van de bunkerleverancier buiten de in artikel 8:211 BW en 8:217 BW genoemde categorieën valt.

De (verzekeraar van de) bunkerleverancier is in de proceskosten van alle gedaagden veroordeeld.

Contact us

RotterdamOffice (6th floor)
Westblaak 179
3012 KJ Rotterdam

Telephone: +31 10 820 86 20
Fax: +31 10 412 40 11
Email: info@docklaw.nl